De branche van oppervlakte behandelaars kan in hoge mate circulair gaan!

In de afgelopen paar jaren heeft BTEQ te Bathmen flink aan de weg getimmerd om recyclingmogelijkheden te realiseren. Het betreft de recycling van eenmalig straalgrit, diverse straalstoffen, waterstraalsnijzand en het filterstof van plasma-, laser- en autogeen-snijden. Operationeel zijn inmiddels de recycling van straalgrit, diverse straalstoffen en snijzand. Het kringloop-verwerken van de snijstoffen en enkele soorten straalstof volgt later in dit jaar.

BTEQ heeft tezamen met een machinebouwer een procedé ontwikkeld, om van het poeder staalstraalstof een niet-stuivend granulaat (Ferox) te maken. Ferox wordt voor de fabricage van ijzer, door een sinter-hoogovenbedrijf probleemloos als grondstof ingezet, in plaats van de delfstof ijzererts. Zo wordt een kringloop gesloten en fijnstofemissie voorkomen. Het Ferox-proces leent zich ook voor de bewerking van andere afvalpoeders (o.a. plasma-, laser- en autogeen-snijstof, minerale straalstoffen, tonerpoeder, ed.) en is daarmee het begin van een nieuwe recycling-ontwikkeling.

Naast de ontwikkeling van het Ferox-proces, heeft BTEQ de nuttige toepassing van een aantal afvalstromen opgezet en uitgebouwd. Het gaat hierbij om de nuttige toepassing van eenmalig gebruikt straalgrit en waterstraal-snijzand in een speciaal immobilisaat-beton. Het immobilisaat-beton vindt zijn toepassing in de bouw en wegenbouw. Vanzelfsprekend voldoen beide recyclingmogelijkheden aan alle wettelijke eisen en zijn de vergunningen aanwezig.

Voor nu en later in 2020 resulteert dit in de volgende oplossingen

Staalstraalstof van een aantal doorvoer-straalinstallaties kan BTEQ inmiddels verwerken tot Ferox en afzetten naar het hoogovenbedrijf. Ferox is vanwege het hoge ijzergehalte van ca. 95%, een veel efficiëntere grondstof voor de ijzerproductie dan ijzererts, dat ca. 60% ijzer bevat. Zo wordt bespaard op primaire grondstof en energieverbruik. Omdat ook de transportafstand naar het hoogovenbedrijf véél geringer is dan die van ijzererts (ca. 98% brandstofbesparing), is het op 3 fronten gunstiger voor het milieu. Het hoogovenbedrijf produceert ijzer op specificatie (ruwijzer), dat door ijzergieterijen wordt ingezet bij de fabricage van allerlei gietwerk (automobielindustrie, installatietechniek, machinebouw, scheepsbouw, etc.). Zo vindt op een milieugunstige wijze vrijwel 100% recycling in de ijzerkringloop plaats.

Straalgrit en snijzand kunnen, bij geschikte analyse, worden ingezet voor de fabricage van immobilisaat-beton voor de (wegen-)bouw. Het betreft hierbij eenmalig gebruikt straalgrit en snijzand afkomstig van waterstraal-snijden. Het eindproduct wordt onder certificaat geproduceerd en voldoet aan de eisen van de Bodem Richtlijn (BRL). Dit houdt in dat de mate van verontreiniging binnen de grenzen van de BRL liggen en de aanwezige verontreinigingen niet/nooit meer uitlogen. Aan het einde van de levensduur van het betonnen product, kan het worden gebroken en gemalen, om vervolgens in dezelfde toepassing (immobilisaat-beton) óf als gebroken puingranulaat opnieuw te worden ingezet. Zo vinden straalgrit en snijzand een tweede toepassing en blijven vervolgens in die kringloop.

Straalstof dat niet geschikt is voor de Ferox-toepassing en meestal van minerale oorsprong is, voldoet in veel gevallen wél aan de analyse-eisen voor het immobilisaat-beton. Het stuivende karakter maakt het echter ongeschikt en daarvoor gaat BTEQ dit in de loop van 2020  haar procedé inzetten. Het aldus uit vnl. minerale straalstoffen geproduceerde Minox, kan wél worden ingezet in het immobilisaat-beton. Zo vindt alsnog nuttige toepassing plaats en kunnen deze straalstoffen, in de vorm van Minox, eveneens in de kringloop van het immobilisaat-beton gebracht worden. Een straalstof dat niet aan de analysecriteria voor nuttige toepassing voldoet, zal moeten worden gereinigd of gestort.

Snijstof, het filterstof afkomstig van plasma-, laser- en autogeen-snijden van metalen, kan in het proces van BTEQ eveneens tot een halffabricaat voor verdere recycling worden verwerkt. Ook voor deze stoffen geldt, dat de chemische samenstelling veelal wel geschikt is voor de inzet als een of andere grondstof, maar de fysieke vorm niet (stuivend poeder). Er moeten nog wat aanpassingen aan de installatie gedaan worden, maar BTEQ verwacht eind 2020 zover te zijn, om met de productie te kunnen starten.

Het aardige van deze recycling-oplossingen is, dat ze ook nog op de kosten besparen. Een reden temeer om circulair te gaan.